Wat doet de leraar ertoe?

  • 0x bekeken
  • 0 reacties

Wie heeft hem niet gehad, die ene bijzondere leraar – naast alle andere gewone leraren – die je juist wist te enthousiasmeren, die je interesse heeft gewekt, je blik heeft verruimd. Soms wist je niets eens waaraan het lag dat je het leren juist bij deze leraar veel leuker vond dan bij de andere. En andersom kan het ook: via Franse familie heb ik al heel vroeg een beetje Frans leren spreken en tijdens de vakantie in Frankrijk kon ik zonder enige moeite met iedereen Frans praten. Maar zodra ik in het klaslokaal zat en een Franse les bij een bepaalde leraar volgde, was ik niet meer in staat om maar een enkel Frans woordje spreken. 

‘Niet voor school, maar voor het leven leren wij’, wordt er gezegd en dat is natuurlijk ook zo. Maar geldt dat ook voor de dagelijkse onderwijspraktijk? Of zit de werkelijkheid toch anders in elkaar? 

Leren is een sociaal proces. Dat is geen nieuwtje, de psycholoog Albert Bandura heeft reeds in 1963 in zijn boek Social Learning and personality development uitgewerkt dat mensen van elkaar leren. Kinderen leren van hun ouders en leerlingen van hun leraren. Het leerproces is dus niet alleen in cognitief proces in de hersenen van de kinderen, maar tevens ook een interactief proces. En daar komt uiteindelijk veel bij kijken: niet alleen het overdragen van vakinhoud, maar ook uiteenlopende wensen, behoeftes en emoties van zowel de leerling als ook de leraar. Het ligt dus voor de hand dat de rol van leraar verder gaat dan expert in je eigen vak en je moet je afvragen welke rol de persoonlijkheid van een leraar speelt. John Hattie, een pedagoog uit Australië, heef leerlingen gevraagd welke leraren zij het best vonden en waarom. De derde plaats behaalden leraren die steeds bereid waren om uitleg over de leerstof te herhalen. Leraren op de tweede plaats lieten ook nog betere leerstrategiën zien. Maar de topleraren waren vooral instaat om een relatie met de leerling op te bouwen. 

Het lijkt dan wel gek, dat leraren – door Hattie geïnterviewd – het leersucces vooral in samenhang brachten met de houding van een leerling, de thuissituatue of de werkomstandigheden op school. Terwijl leerlingen en ouders de relatie tussen leerling en leraar als cruciale factor noemden. Uiteraard kunnen thuissituatie en andere buitenschoolse factoren een substantieel invloed hebben op het leersucces van een kind (zie hiervoor ook mijn vorige blog). Maar wat doet de leraar ertoe? 

Een zoektocht naar literatuur wijst uit dat er het meeste onderzoek naar de impact van de leraar-leerling-relatie pas vanaf eind jaren 1990 is gedaan. Uit dit onderzoek blijkt dat de interpersoonlijke en de relfetcieve competenties de belangrijkste competenties van een leraar zijn als het erom gaat een goed leerklimaat te creëren. In een onderzoeksproject in Duitsland waarbij onrustige klassen met lage leeropbrengsten begeleid werden, konden wetenschappers aantonen dat het leersucces van de meeste leerlingen gedurende het project duidelijk verbeterd kon worden. Centraal onderdeel van het project waren bijeenkomsten waarbij leraren over hun ervaringen met “moeilijke” leerlingen en over hun (professionele en emotionele) verhouding tot deze leerlingen konden praten en gezamenlijk hierover reflecteerden. Op deze manier konden de leraren meestal de relatie met hun leerlingen verbeteren, ook was deze aan het begin van het project ernstig verstoord. Geholpen heeft – naast de (zelf)reflectie in de groepsbijeenkomsten – ook dat leraren geschoold werden in de verschillende aspecten van de leerling-leraar-relatie. Want het gedrag van leerlingen heeft een directe werking op de leraar. En dan gaat het meestal niet om een enkele leerling, maar het gedrag om van elke leerling in een groep. Het vraagt van een leraar best veel energie en een sterke persoonlijkheid om elke individuele leerling dan nog welwillend te benaderen, empathie te tonen en toch de nodige (emotionele) afstand te houden. Maar dat is wel de basis van wat wetenschappers de pedagogische leraar-leerling-relatie noemen. 

Deze pedagogische leraar-leerling-relatie is met name gericht op de ontwikkeling – immers gaan leerlingen op school om iets nieuws te leren en aan hun vaardigheden te werken – en wordt voor een groot deel als relevante factor gezien voor het leersucces van leerlingen. Maar ontwikkeling betekent niet alleen de ontwikkeling van een leerling. Het gaat juist ook om de ontwikkeling van de relatie. Zoals van elke relatie moet je eraan blijven werken: bijvoorbeeld aan de interactie of aan de verstandhouding met elkaar. Belangrijk is ook de waardering van het relatiewerk. Door de leerling, de ouders, de collega’s en vooral ook door jezelf. Deze waardering door alle betrokkenen maakt het dan ook mogelijk om hulp te zoeken, mocht het een keer niet goed gaan met de relatie. En het helpt ook om te memoreren waar het eigenlijk over gaat. Dit heeft Herman Nohl (een Duitse filosoof en pedagoog) als volgt geformuleerd: ‘Die Grundlage der Erziehung ist das leidenschaftliche Verhä ltnis eines reifenden Menschen zu einem werdenden Menschen, und zwar um seiner selbst willen, daß er zu seinem Leben und seiner Form komme.’ (De basis van opvoeding is de bevlogen relatie van een rijper wordend mens tot een wordend mens, met als doel deze wordende mens tot zijn eigen leven en vorm te laten komen.)

Philipp v. Samson-Himmelstjerna    

0 reacties Ook reageren
Reactie plaatsen