Kun je 21e eeuwse vaardigheden eigenlijk ook toetsen?

  • 0x bekeken
  • 3 reacties

Paul Schnabel stelt in het advies over de toekomst van het onderwijs dat “je op school dingen (moet) leren die relevant zijn voor jouw toekomst”. Het onderwijs moet dus toekomstgericht opgezet en uitgevoerd worden – een stelling waarmee iedere leerkracht, docent en ouder het zeker eens is. 

Wat je in het toekomstgericht onderwijs moet leren, kennen we inmiddels als de zogenoemde 21e eeuwse vaardigheden. Hierbij horen onder andere computational thinking, ictbasisvaardigheden en mediawijsheid. Vrijwel iedereen zal er een ongeveer beeld bij hebben als het gaat over deze digitale geletterdheid: je moet weten hoe een computer werkt, je moet met een computer kunnen omgaan en je moet de weg weten om op een veilige manier digitale media te kunnen hanteren. Met name de eerste twee van de drie zullen voor leerkrachten geen problemen opleveren om te toetsen of een leerling deze vaardigheiden beheerst. Wat ingewikkelder ligt het misschien bij mediawijsheid. Waaraan kun je zien of een leerling mediawijs is? En wat heeft hij/zij daarvoor nodig? Hier komen nog andere 21e eeuwse vaardigheden bij kijken. Zo zou je kunnen zeggen dat een mediawijze leerling ook kritisch moet kunnen denken. Kritisch denken hoort bij de soft skills van de 21e eeuwse vaardigheden, zoals onder andere ook zelfregulering, samenwerken, communiceren, creatief denken. Wat houden deze vaardigheden in, hoe verwerf je deze vaardigheden en hoe weet je of een leerling de vaardigheden onder de knie heeft? 

In dit kader moet je je afvragen hoe je als leerkracht in het onderwijs met deze vaardigheden wilt omgaan. Je bent er waarschijnlijk van overtuigd dat onze kinderen deze vaardigheden nodig hebben om in de toekomst soeverein en autonoom hun leven te kunnen leiden. Maar weet je ook hoe je deze vaardigheden in de lessen kunt inbouwen, hoe je deze vaardigheden naast de reguliere leerstof in de lessen vorm moet geven en hoe deze vaardigheden bij de (vakgerelateerde) kerndoelen passen? Het is net zoals met andere onderwijsinnovaties: je vindt er iets van, je wilt er iets mee, maar je hebt geen idee hoe het zal werken en wat het daadwerkelijk gaat opleveren. 

Een van de mogelijkheden is om de 21e eeuwse vaardigheden vooral te zien als een middel waarmee leerlingen aan andere – vakgerelateerde – leerdoelen kunnen werken. Zo kunnen leerlingen hun creativiteit en communicatieve vaardigheden gebruiken om samen aan oplossingen te werken voor opdrachten binnen verschillende vakken of ook voor vakoverstijgende opdrachten. Uiteraard kun je als leerkracht niet altijd verwachten dat je leerlingen op deze manier de opdrachten gewoonweg zelfstandig uitvoeren en het gewenste resultaat bereiken. Juist op het gebied van samenwerken en communiceren hebben leerlingen begeleiding nodig. Uiteindelijk zou je kunnen concluderen dat leerlingen die een dergelijke opdracht succesvol hebben afgerond ook met succes aan sommige van de 21e eeuwse vaardigheden hebben gewerkt. En erop verder bordurend: leerlingen die bij dit soort opdrachten structureel goede resultaten leveren, hebben zodoende de betreffende vaardigheden verworven. 

Deze aanpak behandelt de 21e eeuwse vaardigheden op een heel indirecte manier, het verwerven van de vaardigheden wordt slechts impliciet gestimuleerd. Daardoor is het nauwelijks mogelijk om inzicht te krijgen in de status van het leerproces en het beheersingsniveau dat leerlingen in creatief denken, communiceren, samenwerken of zelfregulering hebben bereikt. Je zou misschien niet eens kunnen aangeven of het succesvol afronden van een bepaalde opdracht toe te rekenen is aan ofwel het vermogen tot samenwerking met anderen, ofwel de individuele creativiteit, ofwel een andere vaardigheid. En hierbij is tevens geen rekening gehouden met de mogelijkheid dat de vaardigheden elkaar kunnen beïnvloeden, waardoor het extra lastig wordt om over elke vaardigheid aparte uitspraken te doen. Wat hierbij kan helpen is om bij het opzetten van opdrachten goed rekening te houden met de 21e eeuwse vaardigheden. Dat betekent dat je voorafgaand aan het formuleren van de opdracht en de bijbehorende instructies erover nadenkt welke 21e eeuwse vaardigheden leerlingen bij het uitvoeren moeten toepassen. Ook strategische tips met betrekking tot 21e eeuwse vaardigheden kunnen leerlingen de goede weg wijzen en ervoor zorgen dat zij bij het werken aan de opdracht ook daadwerkelijk de nodige vaardigheden toepassen. Daarnaast zal het ook nodig zijn om leerlingen die met opdrachten bezig zijn, goed te observeren. Op deze manier zou het toch mogelijk zijn om er tenminste zicht op te krijgen met welke vaardigheden leerlingen bezig zijn en aannames te maken over de beheersing van deze vaardigheden. 

Maar is het dan helemaal niet mogelijk om concrete uitspraken te maken waar een leerling staat in het verwervingsproces van 21e eeuwse vaardigheden en wat zijn niveau is? Dat zou alleen maar kunnen als er toetsinstrumenten zijn die het mogelijk maken om de beheersing van 21e eeuwse vaardigheden te meten. En tot nu toe blijkt er geen toetsaanbieder te zijn die hiervoor oplossingen heeft gevonden en gestandaardiseerde toetsen voor 21e eeuwse vaardigheden heeft ontwikkeld. Dat betekent echter niet dat het helemaal onmogelijk is om deze vaardigheden te toetsen. Een voorwaarde zal zijn dat je de vaardigheden niet meer slechts als een middel ziet om de kerndoelen en andere vakgerelateerde leerdoelen te bereiken. Ook voor de 21e eeuwse vaardigheden moeten dan duidelijke leerdoelen geformuleerd worden zodat het mogelijk wordt om te bepalen wanneer een leerling deze doelen behaald heeft. Daarnaast moet er een toetskader en toetsprogramma worden ontwikkeld en in het curriculum geïmplementeerd worden. Op deze manier worden de 21e eeuwse vaardigheden gelijkwaardig aan de reguliere vakken. Reguliere vakken en 21e eeuwse vaardigheden kunnen zodoende elkaar aanvullen en versterken. En het laat ook toe om leerlingen op een net andere manier te benaderen: een leerling die minder goed presteert op het onderdeel rekenen kan voor een opdracht nog wel op het onderdeel samenwerking of communicatie scoren en een leerling die moeite heeft met taalbeheersing kan wel mooie resultaten bereiken door te laten zien dat hij kritisch kan meedenken. Dat betekent uiteraard niet dat leerlingen geen moeite meer hoeven te doen om de leerdoelen van de reguliere vakken te bereiken. Maar misschien komen door deze aanpak het vakgerelateerde leren en het verwerven van toekomstgerichte vaardigheden meer in balans. Hierdoor worden kennis van spelregels en rekenmodellen aangevuld met onder andere creativiteit en een kritische blik, waardoor leerlingen het gevoel kunnen krijgen meer met het echte leven bezig te zijn. Inzage in het beheersingsniveau van de 21e eeuwse vaardigheden biedt dan ook zowel de leraren als de leerlingen een extra (toekomst-)perspectief. 

Philipp v. Samson-Himmelstjerna   

3 reacties Ook reageren
  1. om 16:04

    Bij ons op school (GelderVeste-Prisma) brengen we wel degelijk alle 21e eeuws vaardigheden in beeld. En uit ervaring weet ik dat dit op meer scholen zo gebeurt. Bij de kernconcepten zitten zogenaamde doelen-lijsten. Iedere leerling geeft aan in hoeverre hij deze doelen/vaardigheden beheerst. Daarna gaan ze in gesprek met de leerkracht. Uiteindelijk stellen ze samen nieuwe doelen op voor de komende tijd. Tijdens de wekelijkse reflectiegesprekken worden die doelen weer teruggehaald. Uiteindelijk behaalde doelen worden vermeld in het portfolio. Vanaf leerjaar 7 maken de kinderen de IEP advieswijzer. De advieswijzer is een online applicatie waarin we verschillende toetsen en meetinstrumenten kunnen inzetten. Hierbij maken we zeker de keuze om het creatief vermogen, sociaal-emotionele ontwikkeling en de leeraanpak te 'toetsen'. De resultaten worden daarna weer met de leerling besproken. De advieswijzer is een product dat nog volop in ontwikkeling is. Toch geeft het ons al een goed beeld. Het begin is er!

  2. om 17:05

    Beste Lilian,
    Wat fijn om te horen (lezen) dat jullie zo goed bezig zijn met 21e eeuwse vaardigheden en vooral dat jullie er een goed gevoel bij hebben. Ik denk dat ook de professionele intuïtie van leerkrachten heel belangrijk is als het gaat om de ontwikkeling van leerlingen. Op basis van wat je schrijft en van wat ik tijdens een bezoek aan twee scholen van GelderVeste heb gezien, denk ik dat jullie op een heel goede weg zijn om 21e eeuwse vaardigheden in kaart te brengen. N.a.v. je reactie heb ik ook nog een keer de wetenschappelijke verantwoording van de IEPwijzer doorgelezen. En ik heb er wel een opmerking bij: ik kon helaas geen enkele verwijzing naar een degelijk validiteits- en/of betrouwbaarheidsonderzoek vinden m.b.t. de 21e eeuwse vaardigheden. Ik had het ook niet anders verwacht, maar dat betekent wel dat er nog lang geen sprake kan zijn van het toetsen van deze vaardigheden. Het is eerder een observatie- dan een toetsinstrument. Daarmee wil ik echter niet zeggen dat het niet deugd. In tegendeel! Maar wat betreft het toetsen van de 21e eeuwse vaardigheden gelt nog steeds: we zijn er nog niet.

    Reageer
    1. om 16:04

      Bureau ICE heeft beloofd snel te reageren. Ik ben het met je eens dat er weinig tot geen onderzoek is gedaan naar betrouwbare vaardigheidstesten. Ik heb een lezing over formatief toetsen en evalueren mogen geven bij de GEU; brancheorganisatie voor leermiddelen, toetsen en educatieve dienstverlening. Ik heb daarbij mogen aangeven waar wij behoefte aan hebben. Dit heb ik zeker gedaan! En aan het eind een lange rij uitgevers die graag in contact willen komen met ons. De eerste stappen zijn gezet. Er is nog een lange weg te gaan, maar het begin is er. Mooi dat juist GelderVeste hier weer een voortrekker in mag zijn! Met het SLO ben ik een lijn aan het uitwerken rondom formatief toetsen in het PO en VO, hier werken twee Doetinchemse VO scholen aan mee. Het ministerie maakt er zelfs geld voor vrij! Ontwikkelingen genoeg en voor jou lijkt het me heel leuk om het proces te volgen!

Reactie plaatsen